Alternerend leren in het schooljaar 2019-2020 in cijfers

Het jaarrapport van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren voor het schooljaar 2019-2020 biedt een aantal belangrijke inzichten over de erkende leerwerkplekken en de werking van de Sectorale Partnerschappen, inclusief de impact van Covid-19 op de werking van alternerend leren. 

Inleiding

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren levert elk jaar een jaarrapport af met als doel een stand van zaken op te maken over alternerend leren in VlaanderenOp dit moment bestaan er in Vlaanderen twee types van alternerend leren: Duaal Leren en Leren & Werken (L&W), waarbij Leren en werken bestaat uit deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) en Leertijd.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, opgericht in 2016, heeft een aantal concrete bevoegdheden wat de twee types van alternerend leren betreft, met name het erkennen van een onderneming als werkplek, controle uitoefenen op de uitvoering van de overeenkomsten op de werkplek, ondernemingen informeren over alternerend leren, het ondersteunen en mobiliseren van ondernemingen in functie van het aanbod van werkplekken, adviesverlening in Duaal Leren en het opstellen van het jaarlijks monitoringsrapport. Deze bevoegdheden kunnen (deels) gedelegeerd worden aan sectorale partnerschappen: partnerschappen samengesteld uit relevante onderwijs- en werkpartners uit een bepaalde sector. Tussen 2016 en 2019 werden er 16 sectorale partnerschappen opgericht.

Het jaarrapport van het Vlaams Partnerschap is gebaseerd op gegevens afkomstig van het digitale loket app.werkplekduaal.be (de applicatie waarin erkenningen door ondernemingen worden aangevraagd en opgevolgd), de databank van het departement van Onderwijs en Vorming AGODI en een bevraging van de sectorale partnerschappen. Het rapport neemt u mee door de jaarwerking tijdens het schooljaar 2019-2020 van de sectorale partnerschappen en het Vlaams Partnerschap, met een terugblik op de laatste schooljaren om bepaalde evoluties in kaart te brengen. De meeste cijfers gelden zowel voor Duaal Leren als voor Leren & Werken, aangezien de partnerschappen voor beide vormen van leren acties ondernemen. Indien relevant vergelijkt het rapport de cijfers van Duaal Leren met die van het stelsel Leren Werken.

De werking van de partnerschappen

Figuur 1: Stappen in het proces bij de uitbreiding van kwalitatieve werkplekken

In het schooljaar 2019-2020 heeft de coronacrisis een sterke impact gehad op de organisatie van en actoren binnen de sectoren van onderwijs en werk, en dus ook op alternerende opleidingen. Ondanks deze moeilijke situatie hebben de voornaamste activiteiten van de sectorale partnerschappen en het Vlaams Partnerschap zich kunnen verderzetten. Die activiteiten hebben te maken met de uitbreiding van het aantal kwalitatieve werkplekken en de verschillende stappen die in het proces daarbij gezet worden (zie figuur 1). De eerste stap in het proces is de mobilisering van nieuwe werkplekken via promotie en prospectie. Deze stap wordt gevolgd door de erkenning van nieuwe werkplekken en de begeleiding en opvolging van deze werkplekken. In de vierde stap worden beroepen tegen niet-erkenning, opheffing, uitsluiting en beëindiging van overeenkomsten behandeld

1. Mobilisering van nieuwe werkplekken

De meerderheid van de partnerschappen hebben tijdens het schooljaar 2019-2020 hun promotionele activiteiten kunnen verderzetten ter mobilisering van nieuwe werkplekken. Uit de rapportering blijkt dat alle partnerschappen één of meerdere acties genomen hebben om ondernemingen te mobiliseren, soms specifiek voor Duaal Leren en soms voor zowel Duaal Leren als Leren & Werken. Voorbeelden van mobiliseringsacties zijn prospectie doen of promotie maken via brochures, netwerkevents en ambassadeurs. Daarnaast wordt in het gerapporteerde schooljaar ook de in 2019 gelanceerde applicatie Radar Duaal intensiever gebruikt voor prospectie van nieuwe werkplekken en matching van leerling met werkplek. Radar Duaal brengt alle ondernemingen uit de Kruispuntbank van Ondernemingen geografisch in kaart naast de bestaande en geprogrammeerde alternerende opleidingen. Door geprogrammeerde opleidingen naast de erkende werkplekken in beeld te brengen, kunnen mogelijke werkplektekorten gedetecteerd worden. Daarnaast kunnen nieuwe potentiële werkplekken die interessant zijn voor alternerende opleidingen, opgespoord worden.

2. Erkenning van nieuwe werkplekken

Figuur 2. Evolutie van het aantal erkenningsaanvragen tijdens de schooljaren 2015-2020

Een werkplek kan pas erkend worden na goedkeuring van een erkenningsaanvraag. Zo een aanvraag kan ingediend worden door de onderneming, een werkplekbegeleider, een sectorconsulent of een opleidingsverstrekker. Die laatste blijkt vaak de indiener te zijn: 67% van de erkenningsaanvragen in 2019-2020 werd door de opleidingsverstrekker ingediend.

Figuur 3. Evolutie van het aantal erkenningsaanvragen per maand tijdens de schooljaren 2015-2020

Er werden dit jaar minder erkenningsaanvragen ingediend dan andere schooljaren. Dat komt deels omdat eens een erkenning goedgekeurd is, deze 5 jaar geldig blijft en dus het volgende jaar niet opnieuw moet worden ingediend (zie figuur 2). Daarnaast werden er tijdens de lockdownperiode tussen maart en mei 2020 duidelijk minder erkenningsaanvragen ingediend. Deze aanvragen maakten wel een inhaalbeweging tijdens de zomer (zie figuur 3). 

Figuur 4. Aantal erkenningsaanvragen per partnerschap tijdens het schooljaar 2019-2020

De voorbije jaren werden de meeste erkenningsaanvragen ingediend en behandeld onder het Vlaams Partnerschap. Maar, sinds het schooljaar 2019-2020 heeft het sectorale partnerschap Bouw het Vlaams Partnerschap ingehaald (zie figuur 4). Naarmate er meer sectorale partnerschappen ontstaan en hun werking verder ontwikkelen, worden er dan ook steeds meer erkenningsaanvragen bij hen ingediend, en steeds minder bij het Vlaams Partnerschap. We verwachten dat die evolutie zich ook zal doorzetten tijdens het schooljaar 2020-2021 wanneer de werking van enkele nieuwe sectorale partnerschappen wordt opgestart, zoals voor de sectoren Binnenvaart, Verkoop en Marketing, Karton en Papier en de Grafische sector.

Ook bij de evaluatie van de werkplekken in functie van erkenningsaanvragen was de impact van corona voelbaar. De partnerschappen hebben namelijk een wettelijke termijn van veertien dagen om de erkenningsaanvraag te behandelen, waarin een aantal acties worden ondernomen om tot een gegronde beslissing te komen, zoals administratieve controle, contactopname met de onderneming en plaatsbezoeken. In vergelijking met vorig jaar vonden aanzienlijk minder plaatsbezoeken plaats door consulenten van de sectorale partnerschappen of de werkplekbegeleiders van SYNTRA Vlaanderen. Andere acties, zoals administratieve controle en contactopname, werden wel nog ondernomen voor de meerderheid van de vestigingen die een erkenningsaanvraag indienden. Bijkomende acties die door de meerderheid van de partnerschappen ondernomen werden, waren, onder meer, het inwinnen van advies van sociale partners, het voorzien van bijkomende informatie aan ondernemingen tijdens de erkenningsprocedure, het bieden van ondersteuning bij het gebruik van het digitale loket werkplekduaal en het opnemen van contact met de opleidingsverstrekker. 

Figuur 5. Aantal ingediende, goedgekeurde en afgekeurde erkenningen voor Duaal Leren en Leren & Werken tussen 2015 en 2020

Als het erkenningsproces doorlopen is, valt een beslissing over de erkenning, namelijk een goedkeuring of een afkeuring. Bij opleidingen in het kader van Leren & Werken werden 3 018 (88%) erkenningen goedgekeurd en 393 (12%) afgekeurd. Bij Duaal Leren werden 1 513 (92%) erkenningen goedgekeurd en 129 (8%) afgekeurd (zie figuur 5).

Figuur 6. Aandeel ondernemingen met een erkenning voor Duaal Leren en Leren &Werken van 2015 tot 2020, naar grootte van de onderneming (aantal werknemers)

Zowel L&W als duale opleidingen worden voornamelijk erkend bij KMO’s. Van de erkende ondernemingen binnen L&W telt 63% zelfs minder dan 10 werknemers, en van de erkende ondernemingen binnen Duaal Leren 56%. In vergelijking met L&W worden er bij Duaal Leren dus net iets meer erkenningen toegekend aan grotere ondernemingen (zie figuur 6).

De meeste erkenningen vonden in 2019-2020 plaats in Oost-Vlaanderen. Daarmee haalde het de provincie Antwerpen in, die voorheen koploper was.

3. Begeleiding van nieuwe werkplekken

Figuur 7. Aantal unieke erkende mentoren voor Duaal Leren en Leren & Werken tussen 2015 en 2020

Na de erkenning start een periode waarin de werkplekken ondersteund worden in hun groei naar een kwaliteitsvolle werkplek, door het gericht en op maat inzetten van begeleiding, informatie en instrumenten. Elk partnerschap schrijft een eigen kwaliteitsbeleid en geeft daarin aan hoe het inzet op de begeleiding van de mentor, hoe het erkende ondernemingen opvolgt (bv. informeren, contact opnemen, bezoeken, administratief ondersteunen, matchen van scholen met ondernemingen, problemen en meldingen aanpakken, …), hoe het overeenkomsten opvolgt en welke andere acties het bijkomend onderneemt.  

Sinds 1 september 2019 zijn mentoropleidingen verplicht en wordt de opvolging geregistreerd in het digitaal loket werkplekduaal. De meeste partnerschappen hebben acties ondernomen om de ondernemingen te informeren en stimuleren in het volgen van deze mentoropleiding. Uiteindelijk hebben 31% van de mentoren die nieuw geregistreerd staan sinds deze datum reeds een mentoropleiding gevolgd, en 3% had een vrijstelling. De meerderheid (57%) van de mentoren had begin september 2020 echter nog steeds de status “op te volgen”, wat betekent dat de mentor de opleiding nog niet gevolgd heeft, maar dat de termijn om die opleiding te volgen nog lopende is. Het grote aandeel niet afgeronde mentoropleidingen is te verklaren door de verlengde opvolgingstermijn: die bedraagt normaal 1 jaar maar werd omwille van corona verlengd met 6 maanden, waardoor de termijn van opvolging nog steeds loopt voor die groep mentoren. Daarnaast werd de organisatie van mentoropleidingen erg bemoeilijkt door corona, waardoor verschillende mentoropleidingen werden uitgesteld. 

Net zoals het aantal erkende ondernemingen en vestigingen, groeit het aantal participerende mentoren elk jaar. Eenzelfde onderneming of vestiging kan verschillende erkenningen bekomen voor verschillende opleidingen met verschillende mentoren. Tussen 2015 en 2020 werden een totaal van 17 644 verschillende personen opgegeven als mentor in goedgekeurde erkenningen, 14 800 voor L&W en 5 731 voor Duaal Leren (zie figuur 7). 

Figuur 8. Aantal gestarte overeenkomsten Duaal Leren en Leren & Werken tussen 2015 en 2020

De partnerschappen volgen ook de overeenkomsten op in hun sectoren. Verschillende sectorale partnerschappen hebben, bijvoorbeeld, tijdens de eerste lockdown beslist om de overeenkomsten te schorsen onder hun sector voor een bepaalde periode. De meeste overeenkomsten zijn in 2019-2020 een tijdlang geschorst geweest tijdens de lockdownperiode. Tijdens de lockdown van midden maart tot begin mei konden nog 17% van de lopende overeenkomsten in duale opleidingen worden voortgezet. In L&W-opleidingen was dit 29%. In totaal konden tijdens de eerste lockdown 26% van alle lopende overeenkomsten verderlopen. Het aantal duale overeenkomsten groeit wel duidelijk over de jaren heen, terwijl het aantal overeenkomsten in L&W daalt (zie figuur 8).

Dit jaar werden er minder overeenkomsten vroegtijdig beëindigd dan vorig jaar, met 36% (1 950) op een totaal van 5 460 afgelopen overeenkomsten in 2019-2020. Die daling is waarschijnlijk deels te verklaren door het hoger aantal geschorste overeenkomsten tijdens de lockdownperiode, waardoor er minder interactie kon plaatsvinden tussen leerling en onderneming. Van de overeenkomsten die wel vroegtijdig werden beëindigd, ging het in 35% van de gevallen om een moeilijke samenwerking tussen leerling en onderneming. In 20% was de leerling gestopt met studeren, in 18% van de gevallen ging het over overmacht, bij 12% over een overschakeling naar een andere opleiding, 9% om rotatie, bij 3% over een moeilijke samenwerking tussen school en onderneming en in 2% van de gevallen werd de opleiding niet meer aangeboden. 

Naast de acties op het vlak van mobilisering, erkenning en begeleiding van de werkplekken, zetten de partnerschappen ook in op bijkomende acties. De meeste daarvan gaan specifiek in op Duaal Leren. Zo ondersteunen de partnerschappen bij de uitwerking van standaardtrajecten en opleidingsplannen, ondersteunen zij andere sectorale partnerschappen en dragen bij tot een leercultuur bij de ondernemingen. Het doelpubliek van ondernemingen en vestigingen werd ook uitgebreid naar opleidingsverstrekkers, trajectbegeleiders en lerenden en er wordt meer geïnvesteerd in lerende netwerken en monitoring. Tijdens de coronacrisis werden er ook specifiek extra acties ondernomen om ondernemingen te ondersteunen, zoals informatieverschaffing, digitalisering van contacten en uitstel van mentoropleidingen, alsook om de instroom van erkenningsaanvragen te blijven aanmoedigen.

4. Behandeling van beroepen

De vierde stap in het proces is beroepen behandelen. Er kwamen 9 beroepen tegen niet-erkenning binnen. Van deze 9 beroepen konden na een eerste grondige analyse 8 beroepen ontvankelijk worden verklaard. Er kwamen geen beroepen tegen opheffing van de erkenning of uitsluiting van de vestiging of onderneming binnen.  

Inschrijvingen

Figuur 9. Aantal inschrijvingen in alternerende opleidingen naar stelsel

Het jaarrapport rapporteert ook over een aantal aspecten van Duaal Leren en Leren & Werken die buiten de bevoegdheden van de partnerschappen vallen, zoals over de scholen, de opleidingen en de inschrijvingen. We focussen hier enkel op de evolutie van de inschrijvingen.

figuur 10. Aandeel minder- en meerderjarige leerlingen in alternerende opleidingen in het schooljaar 2019-2020

Er vond een algemene stijging plaats van het aantal inschrijvingen in alternerende opleidingen (zie figuur 9). Het aandeel inschrijvingen in duale opleidingen wordt daarbij groter. De meeste inschrijvingen worden echter nog steeds geregistreerd in DBSO-opleidingen. Met 1 550 inschrijvingen op 1 februari 2020 bleef de instroom in Duaal Leren nog relatief beperkt in het schooljaar 2019-2020. Over alle stelsels heen betreft 70% van de inschrijvingen een mannelijke leerling en 30% vrouwelijke. De leerlingen in het DBSO zijn de jongsten van leeftijd en die in Duaal Leren de oudsten: 74% van de duale leerlingen is ouder dan 18 jaar (zie figuur 10). 

Samengevat

In het schooljaar 2019-2020 heeft de coronacrisis een sterke impact gehad op de organisatie van en actoren binnen de sectoren van onderwijs en werk, en dus ook op alternerende opleidingen. Zo werden er tijdens de eerste coronalockdown tussen maart en mei 2020 minder erkenningsaanvragen ingediend, konden er omwille van de sluiting van ondernemingen en scholen minder overeenkomsten verderlopen en werden plaatsbezoeken van ondernemingen en mentoropleidingen uitgesteld. Ondanks deze moeilijke situatie hebben de voornaamste activiteiten van de sectorale partnerschappen en het Vlaams Partnerschap zich kunnen verderzetten met betrekking tot de mobilisering, erkenning en begeleiding van nieuwe werkplekken en beroepen, mits de nodige aanpassingen tijdens de coronaperiode. Zo werden quasi alle erkenningsaanvragen nog steeds manueel behandeld door de partnerschappen en werd er meer contact opgenomen met de ondernemingen en informatie verschaft over de veranderende maatregelen.

De coronacrisis had uiteindelijk weinig impact op het aantal inschrijvingen in alternerende opleidingen en er werden nog steeds meer duale overeenkomsten opgestart dan in vorige jaren. Over het algemeen stijgt het aantal inschrijvingen voor alternerende opleidingen over de jaren heen. Sinds 2016 werden 4 3847 inschrijvingen geregistreerd (3 141 inschrijvingen in Duaal Leren, 3 5211 in DBSO en 5 495 in de Leertijd), werden 19 963 overeenkomsten opgestart en kregen 10 601 ondernemingen 27 844 erkenningen bij 12 523 vestigingen met 17 644 mentoren.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

Het volledige jaarrrapport is via deze link te raadplegen. 

Auteurs

Departement Werk & Sociale Economie

Recente blogberichten